De notenbalk

Hoe hoger de noten op de balk staan, hoe hoger de toon klinkt. Hieronder een rij noten die van laag naar hoog loopt:

Indien de balk te klein is om alle noten te noteren kunnen er hulplijnen gebruikt worden om lage of hoge tonen weer te geven:

Om te weten welke noot nu bij welke toon hoort moeten we nog één ding weten: welke sleutel hoort bij de balk.

Een sleutel geeft de plaats aan op de balk waar de noot staat, die de naam heeft van de sleutel. Er zijn drie soorten sleutels: de G-sleutel, de F-sleutel en de C-sleutel.

Dit is de G-sleutel. De noot rechts van de sleutel geeft de toon "g" weer. De krul van deze sleutel wijst de "g"aan. Deze sleutel wordt ook wel de vioolsleutel genoemd.
Dit is de F-sleutel. De noot rechts van de sleutel geeft de toon "f" weer. De stipjes van deze sleutel wijst de "f" aan. Deze sleutel wordt ook wel de bassleutel genoemd.
Dit is de C-sleutel. De noot rechts van de sleutel geeft de toon "c" weer. Het midden van deze sleutel wijst de "c"aan. Deze sleutel wordt ook wel de altsleutel genoemd.

Meer uitleg over sleutels